In onze samenleving is het belangrijk dat je iets kunt. Op een feestje vraag je aan een onbekende al snel: Wat doe je? Wat veel belangrijker is dan kunnen, is kennen. Wie ken je?
Er is veel geschreven over genade. Ze wordt bijvoorbeeld omschreven als Gods welwillende toewending naar de mens. Een andere mooie beschrijving vinden we in het boek van de profeet Sefanja.
Wanneer je iets zoekt, wil je dat natuurlijk graag vinden. Het hangt er wel van af wát je zoekt, en wáár je het zoekt.
Wanneer de Here Jezus aan Zijn leerlingen vertelt dat Hij de Goede Herder is, doet Hij dat niet alleen om ze te bemoedigen.
De kwaliteit van de oogst van een boer is afhankelijk van het zaait dat wordt gezaaid. Maar er is nog iets belangrijks dat meespeelt. Waar wordt gezaaid?
Wij zijn geroepen tot Gods wonderbaar licht (dat staat in 1 Petrus 2:9). De weg daar naartoe is ook vol licht, dat steeds meer toeneemt.
Wanneer we luisteren naar Gods bestraffingen, zal Hij antwoorden met Zijn Geest en maakt Hij ons Zijn woorden bekend. Dat klinkt als het Nieuwe Testament. Deze woorden worden uitgesproken door Salomo.
Geloven is niet vermoeden, of hopen dat het waar is, of bijna zeker weten. Het geloven dat in de Bijbel genoemd wordt, is een absoluut zeker weten. Zonder twijfel.
Tegenwoordig vinden mensen je arrogant, als je beweert dat er maar een weg is naar de hemel. Dan ben je intolerant.
Zijn we wel eens echt onder de indruk van de Bijbel? Kunnen Gods woorden ons in ons binnenste raken? Huilen we wel eens, wanneer we lezen?