De man uit Johannes 9 is vanaf zijn geboorte blind. Wanneer Jezus hem geneest, verandert niet alleen wat hij ziet. Hij ontdekt steeds meer Wie Jezus is en leert daar vrijmoedig over te spreken. Dat gaat niet vanzelf. Mensen twijfelen aan zijn verhaal, zijn ouders zijn bang en de godsdienstige leiders verzetten zich tegen hem.
Ook wij kunnen ons laten tegenhouden wanneer we iets over Jezus willen vertellen. Verkeerde gedachten, angst voor reacties en weerstand uit onze omgeving kunnen ons stil maken. De geschiedenis van deze man laat zien hoe eenvoudig een getuigenis mag beginnen.
Johannes 9:25 (HSV)
De genezen man heeft nog niet op iedere vraag een antwoord. Hij weet wel wat Jezus in zijn leven heeft gedaan. Terwijl de tegenstand groeit, wordt zijn inzicht in Jezus steeds helderder.
De discipelen zien de blindgeboren man en zoeken direct naar een schuldige. Heeft hij gezondigd of zijn ouders? Jezus wijst die redenering af. Hij kijkt niet eerst naar de oorzaak die mensen bedenken, maar naar wat God in deze situatie wil laten zien. De werken van God zullen in deze man zichtbaar worden.
Verkeerde overtuigingen kunnen ons verlammen. Misschien denken we dat God alleen bepaalde mensen gebruikt, dat we eerst alles moeten begrijpen of dat een ander niet openstaat voor het Evangelie. Jezus leert ons anders kijken. Hij ziet geen hopeloos geval, maar iemand in wie Gods werk zichtbaar kan worden.
Na de genezing ontstaat er verbazing, maar ook weerstand. De Farizeeën willen niet erkennen wat er is gebeurd. De ouders van de man weten dat hun zoon blind was en nu kan zien, maar uit angst durven zij niet te vertellen Wie hem heeft genezen. Ze zijn bang om uit de synagoge gezet te worden.
Ook wij kunnen precies weten wat waar is en er toch over zwijgen. We vrezen misschien dat anderen ons vreemd vinden, ons geloof afwijzen of ons buitensluiten. De reacties van mensen veranderen echter niets aan wat Jezus heeft gedaan. Tegenstand hoeft daarom niet te bepalen of wij spreken.
De genezen man begint eenvoudig: hij was blind en kan nu zien. Later noemt hij Jezus een Profeet en verdedigt hij steeds vrijmoediger wat er is gebeurd. Dat kost hem zijn plaats in de synagoge. Jezus laat hem daarna niet alleen, maar zoekt hem op. Wanneer de man begrijpt dat Jezus de Zoon van God is, gelooft hij en aanbidt Hem.
Een getuigenis hoeft niet te beginnen met een antwoord op iedere moeilijke vraag. We mogen vertellen wat we wél weten: wie we waren, hoe Jezus ons vond en wat Hij voor ons heeft gedaan. De Heer zoekt mensen die zich niet laten tegenhouden, maar beschikbaar zijn in Zijn oogst. Wie door Jezus ziende is geworden, heeft iets om te vertellen.